Zwangerschap gaat over sterven

20.03.23

‘Poeh heej, wat een challenge is dit… Ik schrik wakker omdat de rookmelder een signaal geeft dat de batterijen bijna op zijn en zit meteen in mijn angst over de baby – nog steeds geen weeën, nog steeds zwanger, wat als er iets met het kindje is waardoor de geboorte niet begint? Of mijn lichaam…’

Ik schreef dit precies een jaar geleden. Een dag later stond er een afspraak in het ziekenhuis gepland, omdat ik op de 42 weken afstevende en een zogenaamd kleine baby droeg. Een paar maanden daarvoor zei ik dwars door mijn angst heen tegen de verloskundige: Ik ga niet naar de tweede lijn. Ik blijf in jullie praktijk. Geen wekelijkse, dagelijkse controles voor mij. Ik heb een gezin. Ik heb andere kinderen om voor te zorgen. Ik heb een psychische gezondheid om voor te zorgen. Ik laat me geen angst aanjagen.

Weten(schap) versus voelen

‘Maar je hebt een klein kind.’ En ‘de wetenschap’ zegt dat een klein kind een grotere kans heeft om dood te worden geboren. Nee. Nee. Ik heb een sterk en krachtig kind in me. Dat is wat ik voel. En als het niet krachtig genoeg is om door het geboortekanaal naar buiten te kunnen komen, dan weet ik niet of het krachtig genoeg is voor het leven.

‘Als de baby niet krachtig genoeg is om
door het geboortekanaal naar buiten te komen,
dan weet ik niet of het krachtig genoeg is
voor het leven’

De tranen liepen over mijn wangen toen ik het zei. Ik meende het. En het was moeilijk. Ik schaamde me bijna. Dat ik de dood zo de spreekkamer in uitnodigde. Nee, jij dood. Ik laat me niet meer door jou in de hoek zetten. Ik neem je bij de arm. Nodig je uit. Want je hoort erbij. Bij dit proces van zwangerschap. Bij dit proces van geboorte. Leven en dood zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Maar dat willen we niet. In deze maatschappij. We denken, krijgen aangepraat dat zwangerschap over leven gaat. Haha, wie houden we voor de gek…? Meer dan wat dan ook gaat het over sterven.

‘We denken dat zwangerschap over leven gaat,
maar het gaat over sterven’

Gelukkig zat er een verloskundige voor me die me kon horen. Die me begreep. Ook al waren er momenten dat ik het zelf echt even niet meer kon voelen, wat ik daar zei. Zoals die nacht. Dat ik weer eens rechtop in bed zat van een falende brandmelder.

Uit je kop, in dat lijf!

Ik appte mijn sister Wendy (Holistic Doula). Ze reageerde meteen. ‘Uit je kop, in dat lijf! Ik ga je ongevraagd advies geven. Please wees alleen een dag. Ook even uit het veld van je partner en de kinderen, even niemand. Dan wéét jij. Maar wéét jij vanuit het lijf en dan pas kan je antwoord op bovenstaande vragen geven. Dansen, in de duinen. Jij en je baby. Je hebt de vrouwen, de man en de kinderen niet nodig (en ook wel, natuurlijk). Maar ik heb echt het gevoel dat jouw eigen (draag)kracht volle aanwezigheid vraagt, leunend ín jou. De stilte en ruimte voor jouw eigen-wijsheid om gehoord te worden. Dan kom jij altijd weer zo snel bij vertrouwen en inzichten, zo heb ik je al die jaren mogen zien dansen met het leven. Als alle ruis even helemaal weg is. En alle mensen ook.’

BAM.

Maar ook: ‘En je kindje komt…in alle rust, vertrouwen en veiligheid .’

Zingend keerde ik naar binnen

Ik ging na haar antwoord meteen zitten en zingen. Zingen. Zo groeide ze en zo kwam ze. Zingend. Ik keerde helemaal naar binnen, maakte een innerlijke reis waarbij ik alles voorbij zag komen. De angst om mijn baby kwijt te raken, om mezelf kwijt te raken, om te sterven. Om daar vervolgens bovenuit te stijgen. Boven al die angsten. En te voelen: ik heb niemand nodig.

Niemand. Als ik het echt wil, ben ik in staat om moederziel alleen het bos in te lopen met mijn dikke buik en tegen een boom te gaan zitten om te baren. Mijn baby zelf opvangen. Met de bomen als steuntje in de rug. Als stille getuige. Met de navelstreng tussen mijn benen, de baby warm tegen mijn buik.

‘Als ik het echt wil,ben ik in staat
om moederziel alleen het bos in te lopen
en tegen een boom te gaan zitten
om te baren’

En niemand, niemand die mij wijsmaakt dat er iets ‘mis’ zou kunnen gaan. En áls er iets ‘mis’ zou gaan. Zoals we de dood verstaan onder een ‘mis’-verstand, dan zou ik ook dat kunnen dragen. Dan zou ik het kind liefhebben. Zoals het komt. Dood of levend. Ik zou huilen, schreeuwen, van de pijn, maar ik zou het omarmen, het toezingen. En ook ik, ook ik, mijn leven, zou ik geven. Om alleen, solitair, te mogen baren.

Ik moest mezelf in het middelpunt zetten

Na Wendy’s advies, en mijn innerlijk zangreis, zag ik dit beeld voor me en tekende het. Dat het moest gaan over mezelf in het middelpunt zetten en daarin geloven. En zo is het. Zo is het. Zo zou het zijn.

Want die medische ‘weten’schap, bleek later, had een telfout gemaakt. Een fout waar alle metingen al maandenlang op waren gebaseerd. Het was wederom een bevestiging dat ik echt niet meer hoefde te twijfelen. Aan de stem van mijn intuïtie.